Niets te doen is alles te zijn

Op dik twee uur met de veerboot vanaf Madeira ligt het eilandje Porto Santo. Hier is niets te doen. Er is één supermarkt en er zijn een paar terrasjes die pas open gaan wanneer de uitbater er zelf zin in heeft. Je hoeft geen Café Latte te bestellen, die hebben ze niet. Hooguit een café com leite. Koffie met een kwak melk.

Porto Santo heeft niets, het eiland vraagt je te Zijn. Het biedt haar zee aan om te reflecteren, het strand om je blote voeten te kussen en de duinen om te mijmeren. Haar weidsheid voor een bredere blik. De nachten om te dromen en de sterren te zien vallen.

Lees verder Niets te doen is alles te zijn

Hoe het onbekende langzaam verandert in vertrouwd, bekend, thuis.

Trots vist de meneer van het weggestopte winkeltje met een lepeltje een blakend zwarte olijf uit de glazen pot die op de toonbank prijkt: zijn nieuwste aanwinst, gisteren veroverd. Een stapel gloednieuwe olijven wiegt zachtjes heen en weer in het nat. Hij steekt me de lepel toe, ik moet echt deze olijf proeven. Hij kijkt me serieus aan en wacht. Oma zit roerloos op haar stoel tussen de voorraden aardappels en groente. Altijd. Soms vraag ik me af of ze überhaupt nog leeft als ik de winkel binnen kom, maar als ik wegga groet ze mij altijd met tien weesgegroetjes omdat ik bij haar familie mijn boodschappen koop. De katholieke inborst viert hoogtij, zo met de heilige kerstdagen voor en na de boeg.

Lees verder Hoe het onbekende langzaam verandert in vertrouwd, bekend, thuis.

Daar zitten we. Heel lang. Niets nodig.

Gisteren dwaalde ik rond de middag door een verlaten stukje Lissabon. Zo’n rustig uur met de restaurantjes vol druk gebarende locals en de braadgeuren kringelend uit de openstaande ramen.

Ineens doemde er een pleintje op, met een rijk bedeelde trap richting kerk. Onbekend, er was geen mens. Ik nam plaats op de trap en sloot mijn ogen. De zon scheen recht in mijn gezicht en prikte haar warmte dwars door mijn kleding. Onder mij de onbekende wijk, waar de stadse geluiden een symfonie van muzikale neveligheid vormden. De verre echo van een blaffende hond, de chauffeur die iets roept, wat kinderen die aan het spelen zijn. Heel af en toe is het per ongeluk stil. Doodstil. De combinatie van deze stilte, de plek en de zon doet mij herinneren aan waar het leven voor mij om draait.

Lees verder Daar zitten we. Heel lang. Niets nodig.

De eerste week Lissabon loutert, streelt en voedt mij en mijn boek.

Gisteravond laat dwaalde ik door krioelstraatjes van Alfama, een van de oudste wijken. De avondlucht was zacht en de sfeer als een sprookje met tintelende lichtjes, kerstversiering en de geur van de zee. Het was stil, donker en na elke bocht voltooide zich een nieuw schouwspel. De straatjes worden op deze avonduren in het bezit genomen door het poezenrijk en de honden doen ook nog een laatste ronde; stoïcijns neuzen ze het nieuws van de dag, routineus een poot omhoog hier en daar. Alle dieren zijn even vriendelijk en in voor een aai. Overal staan bakjes met brokjes en water langs de kant, aan dierenliefde geen gebrek.

Lees verder De eerste week Lissabon loutert, streelt en voedt mij en mijn boek.

De zinnen van Pablo

 

‘maar kou of vuur, water of brood voor allen,

niets mag de mensen onderling verdelen

dan zon of nacht, dan maan of korenaar.’

Dit zijn de laatste regels uit het gedicht ‘Sonnet XLII’ van Pablo Neruda, de Chileense dichter. Niet voor niets kreeg hij de Nobelprijs voor de literatuur. Zinnen die mijn hart doen samenballen als een vuist. Zo sterk, zo actueel. Dit gedicht, uit de bundel

‘100 liefdessonnetten’ is geschreven aan het einde van de jaren 50 van de vorige eeuw. Zijn woorden, gepassioneerd gevlochten tot zinnen, zijn de tijdloze parels die mijn leven verrijken. Woorden van troost in stroeve periodes, druppels van geluk ter inspiratie. Over elke emotionele staat van zijn legt hij een deken. Warm, zacht, soms zwaar of schurend, waar nodig.

En wat doe je als groot Neruda liefhebber? Je gaat op zoek naar zijn roots. En zo geschiedde. Ik vertrok naar Chili.
Lees verder De zinnen van Pablo

Reisvluchten

Maagdelijk blanco

Het pijnlijke verlangen knaagt altijd. Naar plekken waar ik nog nooit geweest ben. Een heimelijkheid naar het onbekende. Het maagdelijke blanco vlak dat ik in ga vullen. Het onontdekte opslurpen als extra zuurstof om zich voor eeuwig in mijn DNA te nestelen.

Veiligheid en geborgenheid komt voort uit onze natuurlijke behoefte om gevaar van veraf te zien aankomen. Een soort schuilplaats waar we zelf niet makkelijk te zien zijn. Vroeger waren dit grotten, nu zijn het onze huizen. De geborgenheid en veiligheid in het huis maakt dat dit voor velen hun thuis is. Dit blijkt uit een onderzoek van Grant Hildebrand, een Amerikaanse architect.

Onbekende buitenlandse oorden zijn niet op de eerste plaats veilig of geborgen, lijkt mij. Hoe zit dat dan met die heimwee?   Lees verder Reisvluchten

Ikaria: rebels, rauw, radicaal.

De komende weken is Ikaria mijn thuisland

De eerste kop warme Griekse koffie van de ochtend is onbeschrijfbaar, hier op het paradijsje Ikaria. Eén van de minst toeristische en meest authentieke Griekse eilandjes. Ik zuig het landschap in mij op, nog steeds in dromenland. Voor me zie ik de wispelturige bergen met hier en daar een wit huisje dat dapper de barre seizoenen overleefd heeft. Verderop prijkt een kerktoren fier, een beetje scheefgezakt in de lucht. De komende weken is dit mijn thuisland… Lees verder Ikaria: rebels, rauw, radicaal.