Metro

 

Ondergronds ongezien ontspoord

naar het einde van de tunnel

kruipt het lijnenspel, buiten de kaders

met ritmische regelmaat richting licht

 

Anonieme reizigers, kijk niet om je heen;

niemand die je ziet, de pijlen wijzen jouw weg

kortstondig onderweg naar belangrijkheid

rollend onder Moeder Aarde haar zoden

 

Gekleurde massa versus zwart

treden, heel even maar,

onder de stampende voetsporen

van de menigte boven hoofden

 

De stad rust als een donkere deken

beschermend over hen heen

Daar is het einde van de tunnel

en begint het levende licht

Mijn droomhuis is verre landen

Mijn droomhuis

20150208_140117 kopie

Is verre landen

Waar je binnen treedt

En weet

Ik ben thuis

 

De wereld is mijn dak

Beschut, beschermd in mijn bestaan

 

Waren er geen drempels

Dan zou de wereld zonder grenzen zijn

 

De vreemde voelt zich thuis

Warm, geborgen bij mijn haard

Vuur van licht en leven en de liefde

 

Mijn huis kent geen gesloten deuren

Er vallen gaten van geluk

Licht, lucht, ruimte zal er zijn

Vlinders vliegen vogel vrij

 

Mijn ramen geuren van de aarde

Alle meubels zijn een mix

Van mensen blank en zwart

Niets en niemand meer apart

 

In de keuken vind je golven van genot

Bloemen, kruiden, geuren

De vloer van mos en heide

Kleuren zeeën van geluk

Potten, pannen zijn herinnering

Deze vallen nooit meer stuk

 

In mijn droomhuis zijn geen zekerheden

Ik heb ze de deur maar uit gedaan

 

Dit droomhuis is mijn leven

Ziel van mijn hele wezen

 

Mijn droomhuis

Is enkel mijn bestaan

 

 

Hollandse wolken

20150301_165820

Hollandse wolken lucht

Mijn hart en

Wanen zich zachte gestaltes

Donderen onderhuids; geraas

  

Meeuwen dobberen koppen

Als lichtzinnige boeien

Mee met oneindige deining

In mijn schrijnende lijf

  

Hunkerende heimwee

Verleden; zout in mijn hart

Zee, neem me hemels mee

Het zilte geluid van toen

  

Stil de golven waar tijd

Oneindig spoorloos verdwijnt

Onder dreigend drijvend zand

korrels vergaan geluk

  

Lucht en zandkastelen

Bouwen de herinnering aan

mijn innerlijke oceaan en

ik verdrink in verlangen

Groningen, mijn stoere stad

20150714_212513

 

nachtelijke stemmen gonzen

als zacht vernis over de daken

duizenden fluisterende sluimeringen

aaien zijig langs mijn gezicht

 

fietsend door broeierige straten

maakt mijn stoere stad zich op

waakt over een daverende schaterlach

nieuwe, verlegen, bijna aanrakingen

 

een meeuw scheert rakelings langs

mijn luchtige hoofd, een schreeuw

wat een genot, mijn trouwe stad

ik vang een blik, een gulle glimp

 

een groet van echt gemeend

de wind blaast zijn stem onzichtbaar

in de zwoele stadse avondgloed en

het beeld spreidt zich uit als inkt