Hoe het onbekende langzaam verandert in vertrouwd, bekend, thuis.

Trots vist de meneer van het weggestopte winkeltje met een lepeltje een blakend zwarte olijf uit de glazen pot die op de toonbank prijkt: zijn nieuwste aanwinst, gisteren veroverd. Een stapel gloednieuwe olijven wiegt zachtjes heen en weer in het nat. Hij steekt me de lepel toe, ik moet echt deze olijf proeven. Hij kijkt me serieus aan en wacht. Oma zit roerloos op haar stoel tussen de voorraden aardappels en groente. Altijd. Soms vraag ik me af of ze überhaupt nog leeft als ik de winkel binnen kom, maar als ik wegga groet ze mij altijd met tien weesgegroetjes omdat ik bij haar familie mijn boodschappen koop. De katholieke inborst viert hoogtij, zo met de heilige kerstdagen voor en na de boeg.

Lees verder Hoe het onbekende langzaam verandert in vertrouwd, bekend, thuis.